Kennis / Controleplicht

Klantgelden bij een betaaldienstverlener

Als betaalinstelling of elektronischgeldinstelling houd je geld aan dat van je klanten is. De wet verplicht je dat gescheiden te houden van je eigen vermogen, via een aparte rekening of een verzekering. Sinds 2023 controleert een accountant de staten die je bij DNB indient, inclusief de gegevens over die veiligstelling.

Dennis Out
Dennis Out · Managing Partner
Bijgewerkt augustus 2026 · 8 min leestijd

Wat er sinds 2023 is veranderd

Betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen vielen lang buiten de verplichte accountantscontrole op de financiële staten. Voor banken, verzekeraars, clearinginstellingen en beheerders gold die verplichting al. Sinds 1 januari 2023 valt jouw sector er ook onder, op grond van artikel 3:72, zevende lid, Wft.

De aanleiding is openlijk benoemd. DNB constateerde dat de financiële gegevens in de staten van betaalinstellingen en EGI’s niet altijd betrouwbaar waren. De controle moet ervoor zorgen dat de toezichthouder beter op die cijfers kan vertrouwen.

De veiligstelling is waar het werk zit

Artikel 3:29a Wft verplicht je om ontvangen geldmiddelen zeker te stellen. Het Besluit prudentiële regels werkt uit hoe dat kan. Er zijn twee routes.

Bij scheiding worden de gelden niet vermengd met die van andere schuldeisers en staan ze op een rekening die daar uitsluitend voor bestemd is. Een stichting derdengelden is een door DNB erkende vorm daarvan. Bij dekking werk je met een verzekeringspolis of een garantie van een verzekeraar of bank.

Welke route je koos, bepaalt volledig welk bewijs de controle vraagt. Bij scheiding draait alles om de aansluiting tussen saldo en verplichting. Bij dekking draait alles om de vraag of de polis of garantie op elk moment in het jaar dekt wat hij moet dekken.

1 werkdag
termijn waarbinnen ontvangen gelden op de afgescheiden rekening staan bij een betaalinstelling
5 werkdagen
uiterste termijn voor een elektronischgeldinstelling, vanaf de uitgifte van het elektronisch geld
2 routes
scheiding van gelden, of dekking via polis of garantie

De weg die het geld aflegt

1OntvangstGeld van de betaaldienstgebruiker komt binnen op een betaalrekening.
2VeiligstellingBinnen de wettelijke termijn naar een afgescheiden rekening, of gedekt door polis of garantie.
3AansluitingHet veiliggestelde saldo sluit aan op de verplichting aan gebruikers.
4UitbetalingDoorbetaling aan de merchant, onder aftrek van wat contractueel van jou is.

Elke stap in die route levert vastlegging op. De controle volgt precies dat spoor.

Vier plekken waar het in de praktijk misgaat

Geld dat onderweg is op balansdatum. De regels staan toe dat gelden pas na één werkdag op de afgescheiden rekening staan, bij een EGI uiterlijk vijf werkdagen na uitgifte van het elektronisch geld. Op 31 december zit er dus vrijwel altijd geld in transit. De vraag is niet of dat mag. De vraag is of je kunt aantonen waar het op dat moment stond.

De aansluiting zelf. Het veiliggestelde saldo moet aansluiten op wat je aan gebruikers verschuldigd bent. Loopt die aansluiting dagelijks mee, of stel je hem achteraf op? Dat verschil bepaalt hoeveel controlewerk er nodig is en hoeveel vragen je krijgt.

Wat er op je balans staat en wat niet. De classificatie van klantgelden volgt uit de structuur die je hebt gekozen, niet uit een presentatiebeslissing achteraf. Ze raakt je balanstotaal, en daarmee raakt ze mogelijk je controleplicht voor de jaarrekening.

Reserves en chargebacks. Bedragen die je inhoudt bij merchants en transacties die worden teruggedraaid, zitten ergens tussen jouw geld en dat van een ander. Waar die grens loopt, moet uit je administratie blijken en niet uit een toelichting achteraf.

Wat je klaarlegt voordat we beginnen

De vergunningdocumentatie zoals je die bij DNB hebt ingediend. De beschrijving van je veiligstellingsstructuur, inclusief de stichtingsdocumenten of de polis. De aansluiting tussen veiliggestelde gelden en verplichtingen op balansdatum, met de onderbouwing van hoe die tot stand komt. En de reconciliaties van je betaalstromen over het hele jaar, niet alleen per jaareinde.

Hoe meer daarvan al vastligt in je proces, hoe minder de controle van je vraagt.

Waarom je dit met ons doet

MOOS is audit-only. Naast de controle leveren we geen advies, geen samenstelwerk en geen fiscale dienstverlening. Voor een instelling onder prudentieel toezicht is dat geen positionering maar een praktisch punt: de discussie over onafhankelijkheid is er niet.

Waar het kan werken we met een read-only koppeling op je administratie. Dan controleren we op de volledige transactiestroom in plaats van op een selectie die jij moet samenstellen. Bij betaalstromen scheelt dat aanzienlijk in het aantal uitvraagrondes.

Veelgestelde vragen over klantgelden

Wat is er sinds 2023 veranderd in de accountantscontrole bij betaalinstellingen en EGI's?

Sinds 1 januari 2023 vallen betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen onder artikel 3:72, zevende lid, Wft. Daarmee controleert een accountant voortaan de financiële staten die je bij DNB indient. De aanleiding was de constatering van DNB dat de gegevens in die staten niet altijd betrouwbaar waren.

Hoe stel je klantgelden veilig als betaaldienstverlener?

Artikel 3:29a Wft verplicht je ontvangen geldmiddelen zeker te stellen, en het Besluit prudentiële regels geeft daarvoor twee routes. Bij scheiding staan de gelden op een rekening die daar uitsluitend voor bestemd is, bijvoorbeeld via een door DNB erkende stichting derdengelden. Bij dekking werk je met een verzekeringspolis of een garantie van een verzekeraar of bank.

Wat controleert de accountant aan de veiligstelling van klantgelden?

Dat hangt af van de route die je koos. Bij scheiding draait de controle om de aansluiting tussen het veiliggestelde saldo en de verplichting aan gebruikers. Bij dekking draait alles om de vraag of de polis of garantie op elk moment in het jaar dekt wat hij moet dekken. Elke stap in de geldroute levert vastlegging op, en de controle volgt precies dat spoor.

Waar gaat het bij de veiligstelling van klantgelden in de praktijk mis?

Op vier plekken: geld dat op balansdatum nog onderweg is naar de afgescheiden rekening, een aansluiting tussen saldo en verplichting die pas achteraf wordt opgesteld, de classificatie van klantgelden op je balans, en de reserves en chargebacks die je inhoudt bij merchants. De vraag is telkens niet of het mag, maar of je kunt aantonen waar het geld op dat moment stond.

Dit artikel is een algemene toelichting en geen advies voor jouw specifieke situatie.

Dennis Out, Managing Partner van MOOS

Twijfel je? In één gesprek weten we het.

Stuur je cijfers of bel direct: we lopen de criteria samen langs en je weet meteen waar je staat.

Dennis Out · Managing Partner

Bel direct: +31 6 21 80 98 55